Verbinden
Onderzoeken
Toepassen

Raak ik het HPV-virus en de afwijkende cellen kwijt na een lisexcisie?

Wat zegt de literatuur hier over? 

De gynaecoloog adviseert een lis excisie regelmatig bij een CIN 2 uitslag (rekening houdend met leeftijd en kinderwens) en zeker bij een CIN3.
Het is onverstandig om bij een CIN 3 niets te doen. Als je al jaren met het HPV virus rondloopt dan is de kans dat je lichaam het HPV virus en de afwijkende cellen zelf opruimt heel klein.
Maar hoe zit het dan als je een lisexcisie of een conisatie laat doen? Wat doet dit op de afwijkende cellen en de HPV virussen ? Zijn die na de lisexcisie weg? Wat zegt de literatuur hierover?

Bij vrouwen met een CIN afwijking waarbij na een lisexcisie of conisatie de snijranden niet vrij zijn van afwijkende cellen en het HPV virus nog aanwezig is, variëren de cijfers in de literatuur tussen de 5 en 23%, dus heel uiteenlopend . De terugkeer van de CIN afwijkingen is hierbij groot (van 15 tot 60%, maar ook afhankelijk van leeftijd ( > 35 jaar)en type HPV virus, medicatie, immuunsysteem en weerstand.
Ik heb hier e.e.a. over opgezocht en dit is zeker niet volledig, er komt steeds meer onderzoek hiernaar beschikbaar.

In de onderstaande studie gepubliceerd in 2020 werd gekeken naar 500 patiënten die een conisatie ondergingen en 1000 die lisexcisie (CIN 2 en hoger) ondergingen. Patiënten die een lisexcisie ondergingen, liepen een hoger risico op het achterblijven van afwijkende cellen in vergelijking met patiënten die een conisatie ondergingen (11,2% vs. 4,2%). Het risico op het aanwezig blijven van het HPV virus was vergelijkbaar tussen de twee groepen (15,0). Let op dat de percentages hier lager uitkomen dan uit andere studies.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32893030/

In onderstaande studie uit 2015 werd gekeken naar 238 patiënten tussen 21-69 jarige leeftijd) die een lisexcisie ondergingen. In de literatuur worden cijfers van 5-20% genoemd waar na een lisexcisie de snijranden niet vrij zijn van de afwijkende cellen.
11,3% hadden positieve snijranden (dus aanwezigheid van afwijkende cellen) na de lisexcisie.
Uit dit onderzoek komt naar voren dat de leeftijd (boven de 35 jaar) een belangrijke onafhankelijke risicofactor is die hierbij meespeelt . De gemiddelde leeftijd blijkt hoger bij de vrouwen waarbij het HPV virus/afwijkende cellen maar aanwezig blijven.
Het is nog steeds onduidelijk waarom oudere vrouwen meer kans hebben op het maar aanwezig blijven van het virus . Een mogelijke reden kan een veranderde immuniteit zijn in de loop van de tijd. Follow-up met cytologisch onderzoek (uitstrijkjes) en/of biopsie (colposcopy) kan worden overwogen bij jongere patiënten, terwijl een tweede lisexcise/conisatie of baarmoeder verwijdering kan worden overwogen bij de groep oudere patiënten > 35 jaar oud geeft het onderzoek aan. Boven de leeftijd van 35 jaar zou het risico op aanwezigheid van afwijkende cellen/HPV/terugkeren van de CIN afwijkingen bijna 5 keer zo groot zijn als onder de leeftijd van 35 jaar.
https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4617446/

Deze volgende studie is een meta analyse waarbij meer dan 66 studies zijn meegenomen. Hier werd gekeken naar meer dan 35.000 vrouwen waarbij in 23% de snijrand(en) niet vrij waren van de CIN afwijkingen (dus onvolledig weghalen van de afwijkende cellen) na de lisexcisie. Zij geven ook aan dat deze vrouwen gedurende 10 jaar na de lisexcisie nauwlettend gevolgd moeten worden op progressie van de CIN afwijkingen.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17928267/

In de volgende studie wordt gekeken naar HPV 16 aanwezigheid na lisexcisie of conisatie:
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31775792/
https://virologyj.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12985-019-1252-3

Ongeveer 23% van de patiënten ontwikkelt CIN2+ na behandeling met een lisexcisie als gevolg van resterende of terugkerende laesies.
182 vrouwen werden gevolgd die een lisexcisie ondergingen i.v.m. een CIN 2
Hier was 16% positief voor de HPV 16 na de lisexcisie, waarbij 94% binnen 18 maanden weer een terugkeer van de CIN afwijkingen had
HPV 16 komt het meest voor bij CIN 2
Een aanhoudende HPV 16-infectie moet worden beschouwd als een risicofactor voor de ontwikkeling van een terugkerende CIN 2/3.
Dus ook wanneer de snijranden schoon zijn na de lisexcisie en het HPV 16 is nog steeds aanwezig , is dit een grote risicofactor voor het weer terugkeren van de CIN afwijkingen.
Bij afwezigheid van een HPV virale infectie na de ingreep lijkt het risico op terugval minimaal. Aan de andere kant heeft de conisatie met negatieve snijranden in aanwezigheid van aanhoudende HPV 16-infectie een hoge kans van terugval en daarom moet aanhoudende infectie met HPV 16 worden beschouwd als een risicofactor voor het opnieuw ontwikkelen van CIN2 of CIN 3.

In het volgende onderzoek wordt gekeken naar risicofactoren voor HPV infectie/CIN afwijkingen en baarmoederhalskanker:
https://bmcmedicine.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12916-023-02965-w

Roken, het soort HPV virus, de leeftijd en het immuunsysteem zijn belangrijke zaken bij het aanwezig blijven van HPV virusinfecties. Ook de vaginale zuurgraad is van belang en SOA’s.
Lactobacillus spp. zorgt voor een lage pH in de vagina en de zure omgeving is heel belangrijk voor de functie van de cervicale epitheliale barrière. Een clamydia of bv trichomonas infectie kan het cervicale epitheel beschadigen beschadigen, waardoor een verhoogde HPV-toegang tot de diepere cellagen mogelijk is.
Vaginale uitputting van Lactobacillus spp. en medicijnen die het immuunsysteem onderdrukken zijn bij vrouwen zijn ook geassocieerd met een verhoogd risico op baarmoederhalskanker .In deze studie wijzen de resultaten in de richting dat de aanwezigheid van Chlamydia trachomatis infecties de ontwikkeling van baarmoederhalskanker in aanwezigheid van hrHPV beïnvloedt. Bij conservatief behandelde HPV-infecties en CIN afwijkingen moet aanvullende screening en behandeling voor gelijktijdige bacteriële infectie en bacteriële vaginose worden overwogen . Dit versterkt de roep om meer bewijs over de rol van probiotica bij het voorkomen van het langdurig aanwezig blijven van HPV en baarmoederhalskanker. De jonge leeftijd van de eerste zwangerschap werd onafhankelijk geassocieerd met baarmoederhalskanker.

Dit bewijs benadrukt het belang van preventie en het goed individueel in kaart brengen van het immuunsysteem. De rol van probiotica is interessant. Je kunt eenvoudig via een kweek van de vaginale vloeistof onderzoeken of er bijkomende infecties zijn, zoals een chlamydia of bv trichomonas of andere bacterie en tevens naar de zuurgraad bekijken. Dan weet je ook of lactobacillen voor jou nodig zijn in de strijd tegen het HPV virus. Dan kun je nog kiezen tussen lactobacillen in zetpilvorm of het nemen van een supplement van lactobacillen.
Laat uitstrijkjes doen, ook onder 30 jarige leeftijd als je seksueel actief bent of bent geweest. Laat het type HPV virus bepalen. Laat de zuurgraad bepalen, laat onderzoek doen naar SOA’s . Kijk of voor jou een vaccinatie zinvol is. Kijk kritisch naar het gebruik van hormonen. Ondersteun je immuunsysteem, stop met roken.

Wij willen je graag helpen om een individueel plan te maken, gericht op jouw situatie!