Verbinden
Onderzoeken
Toepassen

Genetische testen en coaching

Hoe zit het met onze genen, met ons DNA?

Ons DNA (erfelijk materiaal) codeert voor een eiwit.  Hiervan bestaan variaties in de bevolking. Het deel van het DNA met de informatie voor een specifiek erfelijke eigenschap wordt een gen genoemd. Het DNA is verdeeld in chromosomen die meestal in paren voorkomen. Dit betekent dat een individu van de meeste genen twee exemplaren (twee allelen) bezit. Elk allel is gelegen op een van de chromosomen van een chromosomenpaar. Het genotype is de erfelijke informatie over een bepaalde eigenschap van een individu. Het fenotype geeft aan wat de uiteindelijke verschijningsvorm van een bepaald genotype is. Dit kan de functie van een eiwit zijn (bijvoorbeeld het enzym of de receptor) , maar ook de verschijningsvorm van een ziekte.  Het fenotype (hoe het tot uiting komt) vloeit voort uit het genotype dat men bezit, de mate van expressie van het desbetreffende gen en de combinatie van omgevingsfactoren bijvoorbeeld comedicatie, voeding en ziektetoestanden. Van het DNA dat codeert voor een eiwit bestaan dus allerlei variaties in de bevolking. Deze leiden ertoe dat allelen coderen voor niet of minder actieve eiwitten. De eenvoudigste vorm van variaties zijn de SNP’s , (de single-nucleotide polymorphisms), waarbij een bepaald deel van een gen slechts verschilt in een nucleotide (bouwsteen van het DNA). Als een gen variant bij tenminste 1% van de bevolking voorkomt, spreekt men van een genetisch polymorfisme. Wildtype is de benaming voor het meest voorkomende allel. Voor een bepaald allel kan sprake zijn van verschillende polymorfismen.

Wat kunnen redenen zijn om dieper op DNA niveau te kijken?

Voeding en leefomstandigheden zijn van groot belang. Stel je leeft gezond, je voeding ziet er goed uit, je neemt supplementen en toch ontstaan er ernstige ziektes zoals kanker of aandoeningen van het immuunsysteem. Je vraagt je af, hoe kan dat nu?
Of er komen allerlei ernstige ziektes in de familie voor, zoals bijvoorbeeld borstkanker of eierstokkanker.
Of ik krijg steeds bijwerkingen van medicijnen. Hoe kan dit?
Of in mijn familie komen veel hart- en vaatziekten voor, wat betekent dit voor mij? Wat kan ik doen?
Er zijn veel redenen om dieper naar oorzaken te zoeken in het DNA en daarmee gerichter te behandelen.


Bron: Genecoach

De nucleotiden zijn de bouwstenen van ons DNA. Zij komen in een bepaalde volgorde voor en zo “lezen” we de bouwinstructie voor bepaalde eiwitten af. Sommige veranderingen in de volgorde van nucleotiden hebben niet veel invloed, maar andere weer wel bij de genexpressie.

Methylering

Methylering is het proces in de cellen waarbij je genen, enzymen en biochemische stoffen in je lichaam van de methylgroepen (CH3) worden voorzien die ze nodig hebben om goed te kunnen functioneren.
Dit proces is enorm belangrijk in je lichaam. Voor de functie van je lever en de ontgiftiging van tal van stoffen, hormonen en medicijnen. Er is bijna geen functie in je lichaam die niet beïnvloed wordt door methylering! Er zijn veel genen die hierbij een rol spelen. Genetisch (dit komt uit de test) kun je een zwakke methylering hebben, waarbij je gevoeliger bent voor diverse ziektes, aandoeningen en toxische stoffen. Als je weet waar genetisch je zwakke plekken liggen, kun je hier gericht invloed op uitoefenen via de juiste voeding en supplementen. Als voorbeeld wil ik noemen de groep van de MTHFR genen.

MTHFR mutaties: Methyleentetrahydrofolaatreductase. Dit is een veel voorkomende gen mutatie onder de bevolking. Ca 45% van de mensen heeft mutaties van dit gen! Dit gen, maakt dat het MTHFR-enzym minder goed functioneert. Dit heeft als gevolg dat de methylatiecyclus niet goed of minder functioneert. Het MTHFR gen zet de methylatiecyclus in gang. Afhankelijk van je andere genen heb je hier meer of minder last van. In deze cyclus zijn B12 (methylcobolamine) en folaat (actief foliumzuur) van belang. Je MTHFR gen zet het proces in gang door een methylgroep aan folaat te geven. Dit gaat weer een wisselwerking aan met een andere stof, bijvoorbeeld het homocysteïne, en geeft de methylgroep aan die stof door. Homocysteïne wordt gemethyleerd en geeft het weer door aan methionine. Uiteindelijk wordt SAMe gevormd. Als er te weinig SAMe gemaakt wordt kan je lichaam er veel last van krijgen. Als er een tekort is van methylfolaat en methylcobolamine, wordt de methylatiecyclus niet goed opgestart. Het vitamine B2, de riboflavine (zit in spinazie, amandelen en lever), is essentieel voor de functie van het MTHFR-gen. Ook magnesium is nodig (in donkergroene bladgroenten, noten, zaden, vis, bonen, avocado’s en onbewerkte granen). Bi j het gebruik van medicijnen als protopompremmers, een veganistisch voedingspatroon, de helicobacter maagbacterie, kan er een tekort aan het B12 ontstaan. Het synthetisch foliumzuur is iets anders als het actieve foliumzuur (het folaat), waar we het hier over hebben. Bij een bloedtest wordt kunstmatig foliumzuur (wat voorkomt in supplementen en “verrijkte” voedingsmiddelen met natuurlijk folaat (uit onbewerkte producten en de juiste supplementen op dit gebied) bepaald, dus je weet dan niet om welke vorm het gaat. Heb je mutaties in het MTHFR gen, dan is het belangrijk om geen synthetisch foliumzuur nemen! Er kan namelijk minder actief foliumzuur worden gevormd bij deze mutatie en het synthetische foliumzuur kan stapelen wat dan juist een negatief effect heeft op je lichaam. Gestapeld synthetisch foliumzuur kan receptoren in de bloed-hersen barrière verstoren, waardoor het actieve foliumzuur, niet in de hersenen kan komen. Alleen het actieve folaat kan dat.

Een verminderde enzymactiviteit van MTRR gen kan stijging van het homocysteïne geven bij een verlaagde B12 spiegel.

Nog even in een schema:


Bron: Genecoach

In bovenstaand plaatje zie je schematisch het proces terug met in het rood de MTHFR/ MTRR groep. Zwavel via de voeding gaat de cyclus in: methionine is een zwavelhoudend aminozuur en kan niet door het lichaam zelf gemaakt worden. Het moet via de voeding opgenomen worden. Via methionine wordt de stof SAM gemaakt, onze “meester dirigent”. SAM moet in al je cellen aanwezig zijn. Het is betrokken bij de energieproductie en herstelprocessen in het lichaam. Er moet dus volop SAM gemaakt worden. Als SAM gebruikt wordt blijft homocysteïne over, wat weer verder verwerkt moet worden. Als er iets misgaat in de omzettingen (zie schema) door genetische problemen in de enzymen die hierbij nodig zijn, dan kun je je voorstellen dat er problemen kunnen ontstaan, het is alsof het tandrad blokkeert.
Zitten er blokkades in deze groep, dan zien we dat homocysteïne minder goed “weggewerkt” kan worden. Homocysteïne is belangrijk voor een normale celfunctie, echter wanneer dit stijgt word je meer vatbaar voor ontsteking, insulineresistentie en cardiovasculaire problemen. Hier kunnen we gericht met voeding en supplementen op ingrijpen. Ga dit niet op eigen houtje aanpakken, want daarvoor is het te ingewikkeld. Hierbij is echt een gespecialiseerde coach nodig.

Met de genetische test kijken we naar de methylering, naar de CYP-enzymen, de ontgiftgingscapaciteit in je lichaam, naar de ontstekingsgevoeligheid, de genetische aanleg van de botdichtheid, de stress opbouw en gevoeligheid, de vitamine- en ijzerbehoefte, het vet(zuur)metabolisme en tal van andere functies in je lichaam. Het geeft ons de mogelijkheid dieper te kijken en gerichter te behandelen.

Voor de genetische testen werken wij samen met Genecoach www.genecoach.nl
premium health level
v.a. € 649.-
U kunt de test zelf hier bestellen. Daarna kan er een uitgebreid consult gepland worden om de resultaten te bespreken.