Raak ik het HPV-virus en de afwijkende cellen kwijt na een lisexcisie? Wat zegt de literatuur hier over? De gynaecoloog adviseert een lisexcisie regelmatig bij een CIN 2-uitslag, afhankelijk van factoren zoals leeftijd en kinderwens, en doorgaans bij een CIN 3-uitslag. Het doel van de behandeling is het verwijderen van afwijkend weefsel en het verkleinen van het risico op verdere ontwikkeling van de afwijkingen. Maar hoe zit het wanneer een lisexcisie of conisatie wordt uitgevoerd? Wat is het effect op de afwijkende cellen en op de aanwezigheid van HPV? Zijn deze na de behandeling altijd verdwenen? In de wetenschappelijke literatuur is hier veel onderzoek naar gedaan. Bij vrouwen met een CIN-afwijking waarbij na een lisexcisie of conisatie afwijkende cellen aanwezig blijven aan de snijranden of waarbij HPV aantoonbaar blijft, worden in verschillende studies uiteenlopende percentages beschreven. Ook de kans op terugkeer van CIN-afwijkingen varieert tussen onderzoeken. Factoren zoals leeftijd, HPV-type, immuunstatus, rookgedrag en andere individuele kenmerken worden hierbij regelmatig onderzocht. In onderstaande studie uit 2020 werden ongeveer 500 vrouwen gevolgd die een conisatie ondergingen en ongeveer 1000 vrouwen die een lisexcisie ondergingen vanwege CIN 2 of hoger. In deze studie werd beschreven dat afwijkende cellen vaker aanwezig bleven na een lisexcisie dan na een conisatie (11,2% versus 4,2%). De aanwezigheid van HPV na behandeling was vergelijkbaar tussen de onderzochte groepen. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32893030/ In een studie uit 2015 bij 238 vrouwen die een lisexcisie ondergingen, werden positieve snijranden gevonden bij 11,3% van de deelnemers. De onderzoekers beschreven dat leeftijd mogelijk samenhangt met het risico op persisterende afwijkingen of terugkeer van CIN. De exacte oorzaken hiervan zijn nog niet volledig opgehelderd. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4617446/ In een meta-analyse waarin meer dan 66 studies en ruim 35.000 vrouwen werden meegenomen, werd beschreven dat bij ongeveer 23% van de behandelingen de snijranden niet volledig vrij waren van afwijkende cellen. De auteurs beschrijven dat langdurige follow-up na behandeling onderdeel is van de nazorg die in de literatuur wordt besproken. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17928267/ In onderstaande studies werd gekeken naar de aanwezigheid van HPV 16 na een lisexcisie of conisatie. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31775792/ https://virologyj.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12985-019-1252-3 In deze onderzoeken werd beschreven dat aanhoudende aanwezigheid van HPV 16 na behandeling geassocieerd kan zijn met een verhoogde kans op terugkeer van CIN 2/3-afwijkingen. Ook wanneer de snijranden vrij zijn van afwijkende cellen, kan persisterende HPV-detectie volgens deze studies relevant zijn voor het risico op latere terugkeer van afwijkingen. In een ander onderzoek werd gekeken naar factoren die mogelijk samenhangen met HPV-infecties, CIN-afwijkingen en baarmoederhalskanker. https://bmcmedicine.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12916-023-02965-w In wetenschappelijke studies worden factoren zoals roken, HPV-type, leeftijd, immuunstatus, vaginale microbiota en bijkomende infecties onderzocht in relatie tot het persisteren van HPV-infecties. Ook wordt gekeken naar de mogelijke rol van Lactobacillus-soorten, de zuurgraad van de vagina en seksueel overdraagbare infecties zoals chlamydia en trichomonas. De resultaten van deze onderzoeken wijzen erop dat meerdere factoren betrokken kunnen zijn bij het langdurig aanwezig blijven van HPV, waarbij de bijdrage van deze factoren per individu kan verschillen. De exacte bijdrage van deze factoren en de mogelijke klinische betekenis ervan zijn nog onderwerp van verder onderzoek. Voor de beoordeling van afwijkingen en het bepalen van een passend vervolgtraject zijn de geldende richtlijnen, de bevindingen van de behandelend arts en de individuele situatie van de patiënt leidend.