Verbinden
Onderzoeken
Toepassen

HPV virus wat is het en wat doet het?

Wat zijn HPV virussen?

Een virus is een soort pakketje waarin een kern zit en een of meer strengen DNA of RNA ( genetische informatie) waarin de gegevens zitten voor het maken van meer virussen. Om dit pakketje zit een beschermend eiwitomhulsel met stekels (manteleiwit) waarmee het virus zich aan de oppervlakte van een menselijke cel kan hechten. Virussen zijn zo klein, veel kleiner dan bacteriën, dat ze eenvoudig de cellen kunnen bereiken. Het virus heeft de cellen van de mens nodig om zich te vermenigvuldigen. De eiwitten in de mantel van het virus steken naar buiten en kunnen zich binden aan de menselijke cel.

HPV virus, stekelige buitenkant

Het HPV-virus kan menselijke cellen binnendringen en brengt daarbij zijn genetisch materiaal in de cel. Vervolgens kan het virus, afhankelijk van het virustype en de celomgeving, zijn genetisch materiaal in de gastheercel laten functioneren en zich vermenigvuldigen. Nieuwe virusdeeltjes kunnen daarna vrijkomen en andere cellen infecteren.

Het HPV-virus heeft een dubbelstrengs DNA-genoom. Het maakt voor zijn vermenigvuldiging gebruik van processen in de gastheercel, waaronder onderdelen van het DNA-reparatie- en replicatiesysteem.


Aanhechting aan menselijke celwand en binnenkomst van viraal DNA

In menselijke cellen bevindt zich DNA in de celkern, georganiseerd in chromosomen. Dit DNA bevat de genetische code voor de aanmaak van eiwitten die nodig zijn voor het functioneren van het lichaam. Chromosomen bestaan uit sterk opgevouwen DNA in een complexe structuur.

Telomeren zijn herhalende DNA-sequenties aan de uiteinden van chromosomen. Deze worden bij elke celdeling in beperkte mate korter. Wanneer telomeren sterk verkort zijn, kan dit bijdragen aan celveroudering of het stoppen van celdeling. Dit is een algemeen biologisch proces dat niet specifiek aan HPV is gekoppeld. Telomerase is een enzym dat in bepaalde cellen actief is en kan bijdragen aan het onderhouden van telomeerlengte, bijvoorbeeld in stamcellen en snel delende weefsels.


Wat gebeurt er wanneer HPV cellen binnendringt?

HPV heeft een voorkeur voor cellen in de overgangszone van de baarmoederhals, waar verschillende typen epitheelcellen samenkomen. Deze zone kan zich bevinden in de baarmoederhals of meer richting de baarmoedermond (portio).


Afbeelding afkomstig van RIVM

HPV-infectie kan in sommige gevallen leiden tot veranderingen in cellen. Het virus kan invloed uitoefenen op processen die betrokken zijn bij celdeling en genexpressie. Er bestaan veel verschillende typen HPV. Sommige typen veroorzaken huid- of slijmvlieswratten en verlopen onschuldig, terwijl andere typen (hoog-risico HPV) in verband worden gebracht met een verhoogde kans op celveranderingen in de baarmoederhals.

In een groot deel van de gevallen wordt HPV door het immuunsysteem opgeruimd zonder dat er blijvende veranderingen ontstaan. Bij een kleiner deel van de infecties blijft het virus langer aanwezig. Dit wordt een persisterende HPV-infectie genoemd. In sommige gevallen kunnen hierbij celveranderingen ontstaan, zoals CIN-afwijkingen. Het ontstaan en verloop hiervan is multifactorieel en verschilt per persoon.

Hoog-risico HPV-typen worden in onderzoek in verband gebracht met verstoringen in de regulatie van celdeling. Hierbij spelen virale eiwitten, waaronder E6 en E7, een rol in interacties met celcontrolemechanismen.

Deze eiwitten kunnen in onderzoek interfereren met eiwitten die betrokken zijn bij celcycluscontrole en DNA-herstel, zoals p53. Het p53-eiwit speelt normaal gesproken een rol in het reguleren van celdeling bij DNA-schade, zodat herstel kan plaatsvinden of de cel kan worden opgeruimd via apoptose (geprogrammeerde celdood).

Verstoringen in deze processen kunnen in sommige gevallen bijdragen aan veranderingen in celgroei. Dit is een complex biologisch proces dat ontstaat door een combinatie van virale factoren en eigenschappen van de gastheercel.

Naast p53 zijn er ook andere tumor-suppressorgenen, zoals het RB-gen, die bijdragen aan de regulatie van celdeling. Veranderingen in deze systemen worden in onderzoek bestudeerd in relatie tot celafwijkingen.

De virale eiwitten E6 en E7 worden in onderzoek in verband gebracht met veranderingen in celgroeiregulatie. Deze effecten worden vooral onderzocht in relatie tot de mogelijke progressie van laaggradige naar hooggradige CIN-afwijkingen. De uitkomst hiervan verschilt sterk per individu en is niet voorspelbaar.

Veranderingen in telomeerlengte en telomerase-activiteit worden in onderzoek onderzocht in relatie tot HPV-geassocieerde celveranderingen, maar deze mechanismen zijn nog niet volledig opgehelderd.

Na een HPV-infectie kunnen in sommige gevallen binnen enkele jaren CIN 1- of CIN 2-afwijkingen worden vastgesteld. In veel gevallen verdwijnen deze afwijkingen spontaan weer. Het beloop verschilt sterk per persoon.

CIN-afwijkingen kunnen stabiliseren, verbeteren of in sommige gevallen toenemen in ernst. Het is niet mogelijk om vooraf met zekerheid te voorspellen hoe een individuele HPV-infectie of CIN-afwijking zich ontwikkelt.


De natuurlijke geschiedenis van HPV-infecties en CIN-afwijkingen is variabel. Daarom wordt in de medische praktijk gewerkt met regelmatige controles om eventuele veranderingen tijdig te signaleren.